Op basis van de onderzoeksresultaten (Prof. Maurice de Greef, Taalambassades in Nederlandse gemeenten, mei 2021 – zie bij Kennisbank) is er een screeningsinstrument ontwikkeld om een lokale ‘Taalambassade’ te kunnen realiseren. Dit screeningsinstrument biedt een aantal handvatten om te checken of de gemeente de juiste faciliteiten heeft geregeld en daarnaast ook de juiste keuzes heeft gemaakt betreffende de inzet van de taalambassadeurs.

De afbeelding toont het screeningsinstrument voor de ‘Taalambassade’. Een aantal onderdelen lijken een ‘open deur’ te zijn, echter is het wel van belang om goed in kaart te brengen of deze ook daadwerkelijk geregeld zijn. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de randvoorwaarden die voor de hand liggen in de meeste gevallen niet geregeld zijn.

Allereerst geven de drie grote paarse vlakken de drie belangrijkste spelers aan. De gemeente is als eerste aan zet en zal met een samenwerkingspartner de handen ineen moeten slaan om ervoor te zorgen dat de inzet van de taalambassadeurs met hun verschillende rollen gefaciliteerd kan worden. Eén van de eerste zaken die geregeld moet worden is dat de inzet vastgelegd wordt in het Regionaal Educatief Plan (of iets soortgelijks) en zo dus een erkend onderdeel wordt van de aanpak van laaggeletterdheid. Daarnaast zou er ook binnen het Gemeentelijk Communicatiebeleid aandacht voor moeten zijn, zodat de communicatie vanuit de gemeente ook begrijpelijk wordt voor mensen met een lager taalniveau. Als binnen dit plan de communicatie met taalambassadeurs wordt vastgelegd, kunnen zij als tester samen met de gemeente ervoor zorgen dat de communicatie vanuit de gemeente naar de burger door meerdere burgers wordt begrepen. Ten tweede zal er vanuit de gemeente een vast aanspreekpunt moeten zijn voor beleid en zal de gemeente met een lokale samenwerkingspartner zoals een ROC of een Taalhuis een samenwerking moeten realiseren, waarbij de lokale partner de begeleiding van de taalambassadeurs faciliteert.

Vervolgens zal de gemeente samen met de lokale partner een ABC’tje voor de randvoorwaarden moeten doorlopen bestaande uit:

 A: Ambassadeur & Afspraken: Zijn er al ambassadeurs beschikbaar en welke inhoudelijke afspraken kunnen er worden gemaakt?

B: Budget & Begeleiding: Is er voldoende budget voor de vergoeding van de taalambassadeurs naast budget voor onkosten en begeleiding en is de begeleiding zelf ook geregeld?

C: Capaciteit & Continuïteit: Is er zowel vanuit de gemeente als de lokale partner voldoende capaciteit (en tijd) om de inzet te faciliteren en is de continuïteit van de inzet van de taalambassadeurs geborgd?

Als het ABC’tje is geregeld kan vervolgens worden bepaald welke van de vier rollen de taalambassadeurs voor de gemeente zullen vervullen en hierbij worden ook de taken vastgelegd. Op basis van een profiel wordt per taalambassadeur gekeken wie welke rol kan vervullen. Ten slotte zal zowel vanuit de gemeente als de lokale partner de inzet van de taalambassadeurs periodiek geëvalueerd moeten worden om ervoor te zorgen dat de randvoorwaarden en de effectiviteit van de inzet toereikend blijven.